Languedoc

De Languedoc is een bijzondere streek in Zuid-Frankrijk, gelegen in het gebied ten Zuiden van Nimes tot aan het Noorden van Perpignan, tussen het Centraal Massief. De vlakten en hellingen zijn als een amfitheater gericht naar de Middellandse Zee. Het is een van de grootste wijnbouwgebieden ter wereld met vele verschillen in bodem gesteldheid, microklimaten en veel zon, waardoor het niet voor niets het Californië van Frankrijk genoemd wordt. Behalve Appellation d'origine Contrôlée en VDQS wijnen worden hier ook het merendeel van Frankrijks Vins de Pays (landwijn) gemaakt, hoofdzakelijk uit een druivensoort. Het gebied groeide in het verleden uit tot het graafschap Toulouse, dat geleidelijk (1229, 1271) als provincie Languedoc bij Frankrijk werd ingelijfd. Er ontwikkelde zich een eigen volkstaal, de langue d'oc (Occitaans), die vanaf de 11e eeuw een rijke literatuur heeft voortgebracht, en een eigen cultuur. Languedoc valt tegenwoordig onder de economische regio Languedoc-Roussillon. Het gebied van 380.000 ha. beslaat 38% van de Franse wijngaarden en heeft ongeveer 2.115.000 inwoners. De regio bestaat uit de departementen Pyrénées-Orientales, Aude, Hérault, Gard en Lozère.

Getekend en verfraaid door drie gebergtes en een zee, lijkt de Languedoc wel een schitterend en veelkleurig juweel. Het is een echte lappendeken, met het heldere wit van zout en zijde, de sombere schaduwen van de katharenkastelen en de zwarte pest, de goudkleur van de zonnebloemen en het diepe indigoblauw van de Middellandse Zee, het schitterende groen van heuvels en bossen en het milde karmijnrood van de wijnen. In dit begin van het derde millennium draagt de Languedoc een kleed van wel duizend lapjes. Ze zijn met de hand gemaakt door mensen die even opmerkelijk en contrastrijk zijn als deze streek, die tot bloei kwam tussen de vallei van Rhône en de uitlopers van de Pyreneeën.

Historisch gezien is de Languedoc een zeer oud wijngebied. Reeds 2600 jaar geleden werd de wijnbouw er geïntroduceerd door de Grieken; later volgden de Romeinen die de wijnbouw sterk bevorderden. Na de Romeinen kwam de wijnbouw sterk in verval als gevolg van de verwoestende invloed van de Wisigoten. Pas rond 1450 vond opnieuw opbloei plaats door de opkomst van de kloosters. Rond 1868 werd het grootste deel van de wijngaarden vernietigd door de komst van de druifluis en het uitbreken van de schimmelziekten. Zeker tot in 1970 hadden de massawijnen uit de Languedoc een slechte naam; geleidelijk verdween het negatieve imago om verschillende redenen. De productie per hectare werd sterk teruggebracht, in 20 jaar tijd werden circa 100.000 hectaren gerooid om zo overproductie tegen te gaan, terwijl matige druivenrassen werden vervangen door betere.
De laatste 20 jaar kende de wijnbouw een grondige herstructurering met de ontwikkeling van mediterrane wijnstokvariëteiten zoals grenache, mourvèdre of syrah, de favorieten van de nieuwe aanplantingen. Parallel heeft toegepast onderzoek toegelaten om de traditionele variëteiten aan te passen en de teelt te optimaliseren. De gescheiden vinificatie van de variëteiten, volgens hun rijpheid en hun gedrag in de gistkuipen, is de algemene regel. Na deze etappe gaat alle aandacht naar de assemblage of het samenvoegen van de verschillende soorten.

Vanaf 1975 werd in de Languedoc een selectie per wijnbouwgebied toegepast. De vraag was: welke wijnstokvariëteit, voor welk gebied, voor welk product? De eerste ervaringen gebeurden met de Carignan in Caunes en in la Livinière in de Minervois, dat op het punt stond de eerste 'appellation village' te worden. Een onderzoek naar het karakter van de wijngebieden door de Chambre d'Agriculture van de Aude heeft toegelaten de 'afstelling' te bepalen volgens het type bodem (zandsteen, schist of kalk), de gedragingen van de bodem, de waterhuishouding en de wortelmorfologie.
De natuurlijke omstandigheden van het wijngebied en het klimaat worden gekoppeld aan een beperking van de gemiddelde opbrengsten in de AOC: 45 hectoliter/hectare voor de rode wijnen en 60 voor de witte. Deze rendementen liggen beduidend lager dan de nationale norm.
De Languedoc maakt gebruik van diverse methodes van wijnbereiding. Er is de traditionele gisting: de mechanisch gekneusde druiven laat men 6 tot 7 dagen inweken vooraleer te persen. In de grote kuipen kan dat tot 3 weken duren.

Het inweken (maceratie) met hele druiven: dit is origineel voor de streek en wordt onder meer toegepast voor de Carignan. Het procédé laat toe een maximum aan aroma's en tannines los te weken en een bewaarwijn te produceren.
De saignéetechniek: (letterlijk: laten bloeden) voor de rosé laat men zeer snel het eerste sap wegvloeien, vooraleer de gisting begint. Het inweken met de schil: voor witte wijn laat men de druif 10 à 12 uur inweken vooraleer te persen. En tenslotte de vinificatie rechtstreeks in de vaten. De methodes voor de wijnbereiding worden gekozen in functie van de wijnstokvariëteiten en de oogsten.
Gedurende lange tijd was een van de handicaps in de Languedoc de hoge temperatuur op het moment van de druivenoogst en de vlugge temperatuurwisselingen in de loop van het jaar. In een eerste fase heeft men dankzij koelgroepen verhinderd dat de fatale drempel voor de gist werd overschreden. Sindsdien hebben regelinstallaties toegelaten in te grijpen tijdens de gisting door afkoeling, maar ook door opwarming. Zo heeft men bewezen dat de Languedoc ook goede witte en roséwijnen kan maken. De controle van de temperaturen heeft zich uitgebreid tot de teelt en de opslag, onder meer door kuipen die half onder de grond zitten begraven.

De Appellations zijn:

Faugère, Saint-Chinian, Clairette du Languedoc, Muscat de Saint-Jean-de-Minervois,
Minervois, Corbières, Côtes du Cabardès et de L'Orbiel, Côtes de la Malpère, Fitou en Blanquette de Limoux.

Het toerisme is met ca. 5 miljoen toeristen per jaar de belangrijkste economische sector van Languedoc-Roussillon. De regio behoort tot de top vijf van Franse toeristische gebieden. Globaal gesproken zijn er drie soorten toerisme: het sportieve toerisme, het strandtoerisme aan de Middellandse Zeekust en het op cultuur gerichte toerisme.
Vanaf 1955 werd de kust van de Languedoc-Roussillon aangelegd en ontstonden nieuwe badplaatsen als La Grande Motte, Cap d’Agde, Port-Leucate, Carnon-Palge en Port-Barcarès.

Aude

Languedoc-Roussillon Carcasonne aan de Aude

Het is een interessante streek met ca. 50 km kust aan de Middellandse Zee, het land van de Katharen en de uitlopers van de Pyreneeën.
De hoofdstad van dit naar de rivier Aude genoemde departement is Carcasonne, een schitterend gerestaureerde vestingstad die in 1997 door de UNESCO werd uitgeroepen tot cultureel werelderfgoed.

Gard

Languedoc-Roussillon Nimes

Dit departement, met als hoofdstad Nîmes, omvat de prachtige Cevennen met zijn gorges en rivieren (Tarn, Jonte) maar ook een prachtige stad als Avignon. In het uiterste zuiden sluit de Petite Camargue (800 km2: door de Unesco aangemerkt als ‘natte zone van internationale betekenis’) aan op de Middellandse Zee. Het 13.000 ha grote Réserve Naturelle Zoologique et Botanique bestaat uit meren en moerassen en herbergt de Étang de Vaccarès, de grootste binnenzee van de Camargue.
Op de Cham des Bondons (Cevennen), meer dan 1000 meter hoog, staan meer dan 150 menhirs. Het is de op één na grootste megalithische vindplaats van Frankrijk. Met 4500 ligplaatsen is Port-Camargue de grootste jachthaven van Europa.

Hérault

Languedoc-Roussillon Montpellier

Montpellier is de hoofdstad van dit departement. Het heeft een kustlijn van ca 80 km met prachtige stranden. Het gebied erachter is vrij vlak en bij uitstek geschikt voor fietstoeristen die niet van al te hoge heuvels houden. Leuke plaatsen zijn Sète, Agde en Aige Morte. Ook het Canal du Midi biedt kansen voor een fietstocht of flinke wandeling. Het is de streek van vis, oesters, mosselen en natuurlijk bouillabaisse. 

De badplaats La Grande-Motte heeft een overnachtingcapaciteit van niet minder dan 110.000 bedden en is daarmee de tweede badplaats van de kust van de Languedoc, na Agde met 156.000 toeristenbedden.

Lozère

Languedoc-Roussillon Gorges du Tarn

Met de hoofdstad Mende is dit het noordelijkste departement van Languedoc-Roussillon. Er wonen maar 70.000 mensen en is het dunst bevolkte departement van Frankrijk. In 1985 riep de Unesco een deel van het departement uit als wereldnatuurreservaat. De vlaktes van de Grands Causse zijn uniek, terwijl ook de prachtige en de la Jonte niet te versmaden zijn.

Pyrénées Orientales

Languedoc-Roussillon Perpignan

Dit is een zeer toeristisch departement met een fantastisch klimaat en een prachtige omgeving. De bergen van de Pyreneeën, de zee en heuvels met onafzienbare wijngaarden. is de hoofdstad, waar de Catalaanse sfeer nog duidelijk aanwezig is. De inwoners laten door de roodgele vlaggen ook duidelijk blijken waar hun hart ligt.
Port-Leucate en Port-Barcarès vormen samen de grootste jachthaven van de Franse Middellandse Zeekust. Argèles-sur-Mer telt ca. 60 campings, de meeste van de gehele Middellandse Zeekust.

Zoeken en boeken
Land
Regio
Park
Aankomst
Vertrek
Aantal personen